Jong

Anna is een meisje van 16 dat in een geïsoleerd gedeelte van de Biesbosch woont. Een vergeten gebied waar het landschap bepaald wordt door uitgestrekte velden en de zoemende overspanning van elektriciteitsmasten en waar altijd spanning is tussen een aantal dorpen onderling; alleen al om het feit dat enkele dorpen van oorsprong katholiek zijn en een aantal anderen nog steeds praktiserend gereformeerd.

Anna’s omgeving bestaat naast haar familie uit “vrienden”, of eigenlijk eerder klasgenoten, dorpsgenoten, jongeren van haar leeftijd die allemaal in de puberteit zijn en bezig de sprong naar volwassenheid te maken, met alle problemen van dien. De meisjes ontluiken, de jongens zijn hitsig. De sfeer is broeierig, hormonen gieren door ieders lijf. Overdag fietsten de jongeren gezamenlijk in grote groepen tegen de wind in naar school. In het weekend jakkeren ze eindeloos met auto’s over de dijken. Maken zinderende boottochtjes in de Biesbosch en is er het uitdagende spel van jonge meisjes in bikini’s en jongens (een vaste vriendenclub bestaande uit o.a. de Peer, de Neger en Rotmongool) in grote Hawaï zwembroeken. Via Anna krijgen we inzicht in haar leven en dat van de puberende jongeren om haar heen, wiens levens nauw met het hare verweven zijn. Want zo gaat dat in een klein dorp. Iedereen heeft iets te maken met iedereen. Zo is er Anne’s broertje, De Peer genoemd, die opeens op kamers wil, het huis uit, maar uit nood in het fietsenschuurtje gaat wonen. Het lijden van Anne’s buurmeisje Carlijn, wiens vader zijn vrouw doodslaat en Carlijn’s woede op de maagd Maria die haar en hun gezin in de steek heeft gelaten terwijl zij nog wel spaarde voor een bedevaart. Of vriendinnetje Agnes die op te jonge leeftijd een kind heeft gekregen (niemand weet wie de vader is) en met baby Natasha uitgaat naar de discotheek. En is er de verkrachting van Ruby door de boerenknecht die altijd naar haar komt kijken als zij paardrijdt in de nacht in haar weitje onder de rook van de Energie centrale.

Tijdens deze zinderende zomer, waarin alles verandert en niets ooit meer hetzelfde zal zijn, voelt Anne zich leeg. Leeg en eenzaam temidden van het Biesbosch landschap en haar heftig puberende vrienden. En dan ontdekt ze Lena. Lena die anders is dan anderen. Lena die net in het dorp is komen wonen. Die altijd in leer gekleed gaat en op een motor rijdt. Lena die niet bezoedeld is door de Biesbosch maar brand- en brandschoon is. Ze leren elkaar kennen via de benzinepomp waar Anna in het weekend werkt. Anna voelt dingen voor Lena. Dingen die ze niet kan plaatsen, maar zo heftig zijn dat ze er niet voor weg kan lopen. In de verschillende kroegen en discotheken in de Biesbosch zoekt ze Lena en Lena zoekt haar. Liefde ontluikt in al zijn prille onhandigheid.

De apotheose vindt plaats als Anne en Lena op een zomeravond (na eindeloos naar elkaar op zoek te zijn geweest om elkaar bij toeval tegen te komen) samen uit een café vertrekken. Ze gaan naar de wei in de Kurenpolder om te vrijen, omdat de erotische spanning tussen hen tweeën onthoudbaar is geworden. Ze worden daarbij gevolgd door alle aanwezigen in het café die hen uitschelden, met lampen beschijnen en hun bespotten. Iets dat hun liefde voor elkaar alleen maar sterker maakt. In diezelfde warme zinderende zomernacht vinden door alle hoogopgelopen emoties diverse incidenten plaats. Carlijn ontmoet onder de knetterende energievelden boven haar hoofd Maria die zich eindelijk aan haar openbaart in de nevelvelden. Een gezellig samenzijn van de vriendengroep in een speeltuin mondt uit in een ernstig auto-ongeluk waarin de Neger uit de vriendengroep de dood vind. In de eenzaamheid van de velden roept hij om zijn moeder terwijl iedereen vredig slaapt, behalve Anne en Lena die nog steeds in de Kurenpolder zijn en innig samen dansen. De begrafenis die volgt brengt duidelijkheid. Er wordt bekend wie de vader van baby Natasha is. De Schele, afgewezen door Anne, ontfermt zich over Agnes en tijdens de begrafenis blijken de kaarten geschud te zijn en is duidelijk geworden hoe de onderlinge relaties zijn komen te liggen. De groep is uiteen gevallen. Iedereen gaat zijn eigen weg.

Jong gaat over verlorenheid en eenzaamheid van jonge mensen die nog weinig houvast hebben in het leven, weg willen maar toch met elkaar vergroeid zijn. Jong gaat over groeipijn, over weg groeien uit de jeugd.

Credits

Scenario: Marjolein Bierens
Regie: Colette Bothof